Zorg en ondersteuning met visie

Uitspraak CRvB onderzoek normtijden huishoudelijke hulp: advies HHM en KPMG is toepasbaar voor gemeenten

13 december 2018

 
Bureau HHM en KPMG Health hebben met interesse kennisgenomen van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in de zaken tegen de gemeenten Nijkerk en Bodegraven Reeuwijk over normtijden voor huishoudelijke hulp onder de Wmo 2015.
 
Hoewel de bureaus geen partij zijn in de zaak werd het onderzoek dat de bureaus eerder gezamenlijk voor gemeenten en in het bijzonder de gemeente Utrecht hebben uitgevoerd in twijfel getrokken. In de zaak die de CRvB behandelde gaat het om de vraag of het toegekende aantal uren hulp bij het huishouden gebaseerd is op onafhankelijk en deugdelijk onderzoek naar de tijd die nodig is voor het schoonhouden van een huis. De Raad concludeert dat het onderzoek van bureau HHM en KPMG naar de onderbouwing van de normtijden voor huishoudelijke hulp deugdelijk is.
 
Arjan Ogink van KPMG is überhaupt blij dat er nu een zienswijze is van de CRvB. ‘Vernieuwing van de Wmo 2015 vraagt om het bewandelen van nieuwe wegen. In het uitgevoerde onderzoek heeft het belang van burgers en het belangrijke werk van professionals net zo centraal gestaan als de zoektocht naar vernieuwing. Het is goed dat er een systeem is waarbij er bijstelling kan volgen uit rechterlijke toetsing. Na de uitspraak in 2016 hebben diverse gemeenten gericht aanpassingen gemaakt en normeringen bijgesteld. Aanpassingen die zijn gemaakt waren nog niet eerder op deze wijze getoetst’. Ogink doelt ondermeer op de onderzoeken waarbij bureau HHM en KPMG adviseerden in een norm vanuit onafhankelijk en objectief onderzoek en latere uitvoeringsvarianten die zijn beschreven. Maar ook het ontwikkeltraject: Wmo 2015 in uitvoering: Passend en onderbouwd (lokaal) beleid voor hulp bij het huishouden dat gemeenten gezamenlijk hebben doorlopen.
 
Nico Dam, bureau HHM: ‘Het is voor de betrokken gemeenten niet de gewenste uitslag, tegelijk laat het zien hoe belangrijk het is dat gemeenten zorgvuldig beoordelen of het eigen beleid past bij het beleid van de gemeente waar bureau HHM en KPMG het onderzoek hebben uitgevoerd. Nu de Centrale Raad heeft vastgesteld dat het toegepast bedrijfskundig onderzoek naar de onderbouwing van de normtijden voor huishoudelijke hulp onafhankelijk en objectief is, kan het wel breder door gemeenten worden toegepast. Naast een uitgewerkt samenspel van beleid en onderbouwing is het belangrijk om kennis te nemen van de verdere inhoud van deze uitspraak van de CRvB, net als de uitspraak van 8 oktober, want dit kan ook consequenties hebben voor de wijze waarop gemeenten hun beleid inrichten als het gaat om deze en andere Wmo-voorzieningen.’

Voor meer informatie:
Willem Bonekamp, woordvoerder KPMG
Nico Dam, partner bureau HHM


 


vorig nieuwsbericht volgend nieuwsbericht