Zorg en ondersteuning met visie

Tijd voor een structurele oplossing voor ondervoeding bij kwetsbare ouderen

11 oktober 2018

Een op de drie kwetsbare ouderen die nog thuis wonen is ondervoed. Uit onderzoek van het televisieprogramma De Monitor blijkt dat zo’n tachtig procent van de wijkverpleeg-kundigen bij ouderen thuis komt die hulp nodig hebben bij het eten en drinken, maar deze hulp niet krijgen omdat niet helder lijkt wie die hulp moet financieren: de gemeenten of de zorgverzekeraars. Dit verbaast bureau HHM met name omdat dit probleem al langer speelt en er verschillende goede voorbeelden zijn. Hoe kan het dat deze voorbeelden de weg naar de uitvoering nog niet gevonden hebben?
 
Uit het onderzoek van de Monitor blijkt nu dat ondervoeding bij kwetsbare ouderen toch nog op grote schaal voorkomt en dat lang niet alle verzekeraars hetzelfde beleid voeren. In de uitzending van 25 september j.l. wordt een zorgverzekeraar gebeld door een mevrouw die zich zorgen maakt om haar broer met Alzheimer. Hij is niet in staat is om zelf voldoende te eten en drinken. De zorgverzekeraar antwoordt dat ze bij de gemeente moet zijn tenzij sprake is van een ziekenhuisopname door uitdroging. “Dat vergoeden wij wel. Ik snap dat de kosten dan veel hoger zijn, maar dit zijn de voorwaarden die gelden.” Van de gemeente krijgt mevrouw te horen: “Ik kan een aanvraag voor u doen, een melding maken en dan kan het acht weken duren.”
 
Om te voorkomen dat een man als deze aan zijn lot wordt overgelaten zijn er veel zorgprofessionals die pragmatisch omgaan met de regels. Zo blijkt veertig procent van de ondervraagde wijkverpleegkundigen de indicatie te verruimen om de hulp bij het eten en drinken toch vergoed te krijgen. Als dit niet lukt dan probeert men soms creatief te zijn met de invulling van de uren.
 
Eline Lubbes herkent dit. Zij werkte ten tijde van de decentralisaties in de thuiszorg. “Ik kwam dagelijks bij een mevrouw die erg pijnlijke handen had. Als ze zelf haar maaltijden moest bereiden kostte haar dat zoveel kracht dat ze de rest van de dag bijna niets meer kon. Ik bereidde daarom haar maaltijden. Zo kon zij nog een keer een puzzel maken of de krant lezen. Na de decentralisaties mocht ik haar maaltijden niet meer verzorgen. Soms bleef ik daarom minder lang bij iemand anders of deed een andere handeling in zo’n hoog tempo dat er nog net tijd overbleef om een boterham te smeren. Of ik deed het in mijn eigen tijd. Ik ben verbaasd dat dit probleem na drie jaar kennelijk nog zo groot is. De verwachting is bovendien dat het probleem alleen maar groter wordt nu ouderen langer thuis blijven wonen.”
 
Wij volgen de lijn die de minister voorstelt, namelijk het probleem in de praktijk met elkaar oplossen. De wettelijke kaders bieden hier voldoende ruimte voor. De komende tijd zullen wij terugkomen met voorbeelden van regio’s waarin het probleem van hulp bieden bij de maaltijd in de thuissituatie – maar ook andere grensvlakdiscussies – op een goede en doelmatige manier worden opgepakt.
 
Bent u ook verbaasd? En denkt u dat het in uw gemeente ook beter of anders kan? Of heeft u voorbeelden van concrete oplossingen rondom grensvlakdiscussies? Neem dan contact op met Eline Lubbes of Patrick Jansen. Zij maken zich hier graag hard voor.


vorig nieuwsbericht volgend nieuwsbericht